Uitputtend Perfectionisme

Het onzichtbare gevaar. Test en 5 tips.

Kinderen met perfectionisme zijn vaak de kinderen waar je het minst “omkijken naar hebt”. Ze maken netjes het huiswerk, scoren  gemiddeld of goed, zijn vaak behulpzaam en luisteren aandachtig. Toch sluimert er onder dit gedrag een gevaar, van totale uitputting tot depressie.

Onder het perfectionisme zit meestal grote faalangst en een laag zelfbeeld dat ze willen compenseren met ‘goed gedrag’ of hoog scoren. Want, dat levert een externe bron van waardering op, namelijk de bevestiging van een goed cijfer of een compliment.

Blijft dit compliment echter uit, omdat je als docent of ouder nu eenmaal niet anders verwacht van het kind, juist stimuleert om het nog beter te doen (“Er zit nog meer in, je kan beter ik weet het zeker, blijf bij je standaard van altijd, probeer jezelf altijd te verbeteren….”) of omdat je gewoon te druk bent met kinderen waarvan je het niveau wil opvijzelen, dan daalt het zelfbeeld nog verder. Kinderen gaan zichzelf dan nog meer afmatten of geven de hoop op omdat ze al zo hard hun best doen en er gewoon niet meer in zit. Het kleinste taakje wordt ze dan teveel en dat uit zich in somber gedrag of ‘jammeren’ / heel veel klagen. Ze voelen onmacht en dit kan zich ook uiten in woede of uiteindelijk resulteren in helemaal nergens zin meer in hebben.

Hoe is uitputtend Perfectionisme te herkennen?

Perfectionisme bij een kind is moeilijk te herkennen, omdat je niet weet wat er binnen in het kind omgaat. Ze doen vaak alles om dat interne conflict te verbergen, want dat is een uiting van zwakte. Heb je toch een vermoeden op basis van bovenstaande beschrijving, dan zijn dit vragen die je het kind kan stellen. En doe gelijk de test: herken je dit ook bij jezelf?

Omgaan met zelfkritiek (kritische stem / interne dialoog)
Iedereen heeft interne dialogen. Als je nu denkt, nee hoor, ik niet. dan heb je je eigen bewijs geleverd. De vraag is alleen, hoe lief ben jij tegen jezelf? Heb je regelmatig een interne dialoog waar je kritiek levert op wat je doet, zegt of wilt? Ben je vaak boos op jezelf of voel je je snel minder dan een ander?

Overdreven prestatiedrang en zelfcontrole
Wil je het altijd zo goed doen dat het heel veel (vaak te veel) tijd kost? Dat je absoluut geen fouten wilt maken? Leg je de lat torenhoog voor jezelf? Controleer je jezelf enorm veel? En ga je altijd door, om het beste resultaat te bereiken, zelfs wanneer je eigenlijk te moe bent?

Voortdurend zorgen maken over goede afloop
Pieker je voortdurend over zaken of je iets wel goed hebt gedaan? Of dat iets wel goed zal komen?

Moeite met nee zeggen
Vind je het moeilijk om nee tegen iemand te zeggen omdat je niemand teleur wilt stellen, of omdat je bang bent voor afwijzing of ruzie? Of voel je je schuldig als je nee zegt, ben je bang dat je niet meer aardig gevonden wordt?

Aardig gevonden worden
Wil jij graag dat iedereen je aardig vindt? Vind je het moeilijk of eng om nieuwe mensen te ontmoeten? Ben je bang voor wat mensen over je zeggen? Maak jij je eigen belang voortdurend ondergeschikt aan iemand anders belang? Vind je het eng om je mening te geven als je niet zeker weet of die ander jouw mening deelt? Doe je liever iets wat iemand anders leuk vindt zodat er geen ruzie is of zodat de ander je leuk vindt? Doe je zelfs dingen die je zelf echt verschrikkelijk vindt (stom, doodeng, saai) omdat je bang bent dat je anders niet leuk gevonden wordt?

Faalangst
Vind je het verschrikkelijk als iemand over je schouders meekijkt? Ben je voortdurend bang om fouten te maken? Ben je meerdere dagen of weken zenuwachtig voor examens/toetsen/beoordelingsgesprekken? En dan op een dusdanige manier dat het je niet meer loslaat, je er klamme handen, een knoop in je maag en misschien zelfs een benauwd of misselijk en draaierig gevoel geeft? Denk je vaak, “als ik het maar kan?” “Als ik het maar goed doe?” Of, als je iets niet kunt wat anderen wel kunnen vind je dan dat je faalt of niets waard bent? En uit je dit door heel boos op jezelf of anderen te worden of ben je zo verdrietig dat je ervan moet huilen?

Afmattend werkgedrag
Dwing jij jezelf voortdurend om aan de slag te gaan? Mag je niet stilzitten van jezelf? Heb je talloze checklists of ‘to do’ lijsten die maar nooit korter lijken te worden? Put jij jezelf uit? Voel je je schuldig als je niets doet? Moet het altijd maar beter, mooier, netter, schoner, hoger, sneller…….en is het nooit goed genoeg? Kun je moeilijk ontspannen?

Anderen of jezelf continue naar beneden halen
Haal je wel eens anderen naar beneden omdat het je een goed gevoel over jezelf geeft bijvoorbeeld met grapjes over wat iemand niet kan of fout doet? Of misschien haal jij jezelf naar beneden en doe jij je onhandiger of dommer voor dan je bent om juist een ander een goed gevoel te geven? Misschien doe je het niet eens hardop, maar wel in jezelf……

Voortdurend vergelijken
Betrap jij jezelf er voortdurend op dat je jezelf met anderen vergelijkt, in de hoop er positief uit te komen? Of vanuit de angst er niet positief uit te komen? Om te zorgen dat je de door jou geziene “meetlat” van een anders maatstaf haalt? En als je er niet positief uitkomt, merk je dat je daar dan lang van kunt balen, of je er erg onzeker door gaat voelen? Of je juist anders gaat gedragen om maar op die ander te lijken? Met anderen meepraat om ‘erbij te horen of hetzelfde te lijken?’

Hard werken en positief perfectionisme is gezond. Het zorgt ervoor dat je mooi en goed werk aflevert. Heb je slechts enkele keren bij het lezen van deze voorbeelden een ‘aha’ moment gehad, dan is er niets aan de hand. Kun je bij de helft of meer van de items jezelf herkennen? Dan kunnen je gezonde grenzen wel eens in het gedrang zijn, als je dit te lang volhoudt. Stel je eisen over jezelf bij, geef jezelf meer rust en ruimte. Fouten zijn slechts leermomenten.

Wat kun je als docent of ouder doen, of waar mag jij je zelf bewust van zijn?
  1. Moedig niet aan om méér of beter te doen. Benoem juist dat ze tevreden mogen zijn met hoe het gaat en wat er is. Het is genoeg.
  2. Deze kinderen willen – net als anderen, maar net een beetje meer – gezien en gehoord worden. Door de goede prestaties is er in de praktijk juist minder aandacht voor ze. Probeer met kleine opmerkingen toch te laten weten dat je het ziet als ze weer eens als eerste klaar zitten of aandachtig luisteren. Maar als je ze even apart hebt, maak ze dan ook bewust dat niet een compliment bepaalt of ze waardevol zijn. Eigenwaarde, jezelf goed genoeg of waardevol vinden moet van binnenuit komen, alleen als jij er zelf in geloofd kun jij je ook tevreden of gelukkig voelen.
  3. Werk met deze kinderen aan het vergroten van die eigenwaarde en een realistisch zelfbeeld: Benoem: ‘Je hoeft niet alles te kunnen, iedereen heeft kwaliteiten en leerpunten en van elkaar leren we.’ Of: ‘altijd een 10 is niet realistisch en bijna onmogelijk een 7 is ook een heel mooi cijfer.’
  4. Maak inzichtelijk wat ze leren van hun fouten, hoe helpt dit ze om volgende keer het anders te doen? Benoem: ‘Een fout betekent niet dat je niet goed bent / niets waard bent / slecht bent / waardeloos bent het betekent dat je dit nog mag leren en ermee mag oefenen.’
  5. Vertel: ‘Of een ander jou leuk vindt, zegt niets over het feit of je ook echt leuk bent. Je kan niet door iedereen leuk gevonden worden, dat hoeft ook niet. Jij vindt ook niet iedereen even leuk. Wat een ander vindt, zegt iets over zijn smaak. Een stoel is niet lelijk omdat iemand dit zegt. Ieder zijn eigen smaak, dat mag, we verschillen daar in. Iedereen heeft iets leuks op zijn eigen manier, echte vrienden waarderen je zoals je bent. En al heb je maar één vriend, dat is oké. Het kost je heel veel energie, angst, moeite, verdriet en ellende als jij je anders voor probeert te doen.’

Structureel In de klas aan de slag met het verhogen van zelfvertrouwen?

In ons lesmateriaal komt dit ruimschoots en diepgaand aan bod. www.icmw.nl